30-06-2010

Viering

Vakantie is een feest. Vakantie voorbereiden ook.
Behalve als je je een geroosterde kip voelt door het weer.
Je een allergische reactie voelt opkomen, verband houdende met dat weer.
Je gloednieuwe te goedkope fiets het voor de 2e keer binnen 2 dagen begeeft op een noodzakelijk inkooprondje.
Je het lijstje van wat je absoluut moet doen voordat je weggaat kwijt bent.
Je de uitpuilende vuilniszak vergeten bent buiten te zetten.
Dilemma's verband houdende met kleding moet slechten.
Er een grondige zoutbehoefte is, maar geen chips in huis.
En ook geen spa rood.
En ook geen witte wijn.
En er ook geen zin is om dat te gaan halen.
Terwijl dat zoveel beter voor je zou zijn. Met een groot glas witte wijn met daarnaast een spa rood en daarnaast een onuitputtelijke bak chips op het terras te zitten wachten tot de vakantie begint.

29-06-2010

De weg kwijt

Ik word aangehouden door een hippe bejaarde. Ze draagt een fel roze shirt en een paarse broek. In plaats van wenkbrauwen zitten er twee te donkere strepen, haar haar is hel wit geblondeerd.
Ze kan de Jodenbree niet vinden. Ik vertel haar waar ze moet zijn.
In plaats van door te lopen schiet ze in een jeugdherinneringenmodus. Ze heeft als meisje hier in Amsterdam in een atelier gewerkt. Twaalf uur per dag, ja, dat doen de meisjes van tegenwoordig niet meer. Ze woont nu in Groningen, heeft een volkstuin op de Nieuwe Meer, paradijs op aarde, ze wil niet dat er iemand komt want ze heeft grote behoefte aan rust, ze is komen fietsen, heeft er twee uur over gedaan, let wel, ze moet dus ook weer twee uur terugfietsen. Waar de Damstraat is, hoe ver van hier, o, dan had ze dat beter kunnen doen, maar ach, fietsen is goed. Het houdt je jong. Zij is 77.

Dan valt er een gat in de monoloog.

Ik moet nu zeggen dat ze er verdomd goed uitziet. Ik wacht heel even om te zien of ik daar onderuit kan. Dat gaat niet. Dus kwijt ik mij van mijn taak.
Ze knikt tevreden. 'En dat kan jij ook.' Ze kijkt kritisch naar mijn buik. Elke dag pilates. De blik gaat weer naar mijn buik die gezellig uitsteekt. Ze houdt zich duidelijk in. 'Gezond eten,' vervolgt ze, 'en heel veel water drinken.'
Ik knik instemmend. Water drinken doe ik best veel.
'Je hebt dezelfde haren als ik. Goed geknipt. Kappers kunnen geen krullen knippen, dat is echt een kunst. Naar wie ga je?' Ik mompel de naam van mijn kapper.
'In Parijs heb ik geleerd dat je het haar moet indraaien en dan het puntje eraf knippen.' Ze plukt aan mijn haar.
'Zou jij ook moeten doen. Die lok vind ik heel erg sloom. Dat kan allemaal heel anders.'
Ik beken dat de lok inderdaad een probleemlok is.
Dat had zij natuurlijk allang gezien. Maar ondanks alles toch een heel gelukkig leven gewenst.

28-06-2010

Dode muis

A komt opgetogen uit de tuin.
'Kijk eens wat prachtig!'
In zijn handpalm ligt een dode muis.
Ik krijg er een niet geheel geloofwaardig 'jahaa,' uit.
'Even opzoeken wat voor een het is.'
De verzamelnaam 'muis' die bij mij opkomt is blijkbaar niet afdoende. A legt hem op het aanrecht en pakt een boek dat niet alleen alle soorten muizen die er op deze wereld zijn benoemt, maar ook alles wat je verder maar kunt verzinnen in de categorie dier.
'Het is een dwergmuis,' constateert hij blij en gaat over de muis staan aaien, 'hij is heel zacht, wil je voelen?'
Ik wil dat niet. Ik kijk naar het aanrecht en hoop dat A zo direct niet alleen zijn handen grondig zal wassen, maar die plek ook even ziektekiemenvrij schrobt. Vooralsnog heeft hij het echter te druk, hij trekt een boterhamzakje uit de la en pakt het muisje bij zijn staart en wiebelt hem op zijn kop het zakje in.
'Kijk, zo kan hij nog een beetje naar buiten kijken.' Terwijl hij het zegt laat hij de muis door de ruimte vliegen. Ik knik begrijpend.
'Wat ga je er eigenlijk mee doen?'
'Invriezen.'
'He?'
'Dan kan ik bedenken wat ik er mee wil gaan doen.'
Er zijn dus keuzemogelijkheden. Ik probeer me voor te stellen wat je logischerwijs kunt doen met een ingevroren muis.
'Je kijkt heel raar. Ik weet niet of jij dat weet, maar je kijkt echt heel vreemd.'
Ik had werkelijk geen idee.

27-06-2010

Chill

Op sommige mailtjes moet een mens niet ingaan. Dat is beter voor het hart. Niet reageren omdat je weet dat je dan alleen maar nog meer agressie over je heen krijgt dan al het geval was. Maar wat te doen als je dan precies doet wat de gepikeerde mailster wil?
Tja.
Dan ook. Op karakter.

Dus momenteel 'doe ik gewoon even chill please'.

Dat u het even weet.

26-06-2010

Sleets

Ik gebruik veelvuldig de uitdrukking: niks is zomaar.
Jawel.
En dat doen met mij ik weet niet hoeveel anderen. Omdat ik deze levensfilosofie al jaren aanhang, wordt het echt tijd voor nieuwe inzichten en gewoonten.

Dat betekent dat vanaf gisteren alles zomaar is. Het maakt mijn dagen plotseling een stuk leuker. De niks-is-zomaar-houding is weliswaar goed te gebruiken tijdens een leven dat stroef loopt; de prettige suggestie dat er ondanks ellende toch uiteindelijk nog iets te halen valt, al weet niemand wat, laat staan wanneer. Maar mijn leven is al een tijd, tien maanden min twaalf dagen om precies te zijn, een gelukkige waterval die zich steeds vrolijker en ongeremder in de diepte stort en daar uitzinnig van geniet.

Gisteren kwam ik zomaar iemand tegen. Zij gaf mij zomaar een prachtig cadeau waar ik veel aan zal hebben. Vandaag ging ik zomaar koffie drinken met een vriendin. Kocht ik zomaar een jurk. En bloemen. Schoof ik al mijn meubels een andere kant op.
Zomaar.
Of misschien juist om alles.

25-06-2010

Eerste indruk

We hadden een feestje in een tuin. Ik kwam naast een toch wel corpulent te noemen vrouw te zitten. Ik stelde me voor en stopte haar in een hokje. Ze was nerveus, bij de voordeur had ze al het zenuwenzweet op haar bovenlip. Dat was geen aantrekkelijk gezicht.
De vrouw stond op zenden. Ze vertelde over haar kinderen.
Haar dochter was 'dyslectisch en nog woordblind ook.'
Haar zoon hield van voetballen en zij stond elke week 'langs de kant van de lijn.'
In een bijzin vertelde ze over een kind dat ze had verloren. Daar moesten we met z'n allen vooral niet op ingaan. Het hoofdthema bleef de uitzet van Brabantia servies. 'Muisgrijs.'
Intussen werkte ze alle soorten vlees die waren ingekocht naar binnen, met alle soorten sauzen en drie soorten drank.

In gedachten had ik al diverse uitspraken van haar genoteerd, toen het gesprek een andere wending nam. Ze bleek te werken bij een verpleeghuis waarvan ik de directeur een half jaar geleden op de radio had gehoord: alles was mogelijk, er bestond geen nee. Ik was zo onder de indruk dat ik had overwogen om voor hem te gaan werken. Zij deed dat al twintig jaar.

En volgens deze filosofie voedde ze ook haar kinderen op. Haar zoon van achttien wilde op een avond zo graag naar zijn vriendin, twee en een half uur reizen a €20,-, daarom vond hij dat dat niet kon. Zij vond van wel. Dus reisde hij vijf uur om een uur bij haar te zijn om haar te steunen tijdens examenstress. Zo'n jongen wordt een man die ik menig vrouw gun.

Voor straf heb ik mezelf toen in een hok gezet. Daar zit ik nog altijd in. Zweterig bij deze temperatuur. Maar ik mag er nog niet uit.

22-06-2010

Apothekerskwaal

Voor een gegarandeerd slechte bui, kun je ook gewoon naar de apotheker hier op de hoek gaan. Ze zijn langzaam. Dat zijn ze allemaal. Ze zijn onvriendelijk. Ook allemaal. Zelfs als je de enige in die hele verdomde apotheek bent, doe je er nog minimaal vijftien minuten over. Ik ben gaan klokken. Het is jammer genoeg niet overdreven.

De vrouw die er vandaag staat is de ergste. Omdat iedereen op een gegeven moment chagrijnig in die ruimte staat, voelt zij zich geroepen af en toe kwaadaardig op te kijken, alsof wij haar met z'n allen heel erg storen.
De apotheek staat vol. De man die geholpen wordt stelt voor later terug te komen. Daar reageert ze niet op. Hij herhaalt zijn voorstel. Ze wacht nog even een minuut, zodat iedereen denkt dat hij weer geen antwoord zal krijgen. Ze reageert. Zuchtend. Dat hij dat dan maar moet doen. Het is heel duidelijk de schuld van die man dat de benodigde ingrediƫnten niet in huis aanwezig zijn en dat zij zo lang in haar computer moet zoeken.

Mijn recept is gefaxt. Ze gelooft niet dat dat is gedaan. Toch is het waar. Ik moet mijn dokter als bewijs opvoeren. Ze accepteert het maar nauwelijks. Bij gratie gods mag ik wachten. Het liefst zou ze zien dat ik dat op mijn knieƫn deed.

Dan is de moeder aan de beurt met het recept voor een nieuw kind, maar dat kind moet ingeschreven worden. Intussen heeft de assistent de medicijnen al klaar liggen boven aan het trapje. Ik hoop voor mij. 'Wachter' wordt er geroepen. Gewoonlijk is dat dan diegene die uit zijn lijden wordt verlost. Nee hoor. Ze gaat eerst rustig dat hele nieuwe leven zitten invoeren.
De stemming in de ruimte wordt sterker, dus haar blikken ook.
Er komt nog een wachter erbij. Maakt allemaal niets uit. En nog eentje. Typerdetype, typerdetype. Dan pas beweegt ze langzaam naar het trapje.

'En voor Ligthart?'
'Die zijn besteld.'

Morgen terugkomen. Hoera.