06-07-2013

De K van Kut en Kanker

We appen onze woede over onze ziekte over en weer. Ik stel voor dat we een rondje 'in elkaar slaan' organiseren waarbij we hard hoeken. Liefst met ordinaire, onredelijke, blubberige bejaarden. Dat het vast oplucht als de kunstgebitten en stifttanden in de rondte vliegen.

De app van de andere kant blijft stil. Misschien was ze zo boos nog niet. Of in ieder geval op dit moment niet zo razend als ik.

Maar na een twee uur komt haar reactie:
Dat is als hardcore jazz in mijn oren, fijne!

05-07-2013

Als sneeuw

R belt, we gaan eten. Hij vraagt of ik naar Haarlem kom of dat hij bij zal komen. Ik ben een beetje zwabberig, dus vraag ik of hij naar de boot komt. Hij vindt dat geen probleem en zegt dat hij onderweg wel wat eten zal scoren.

Uit schuldgevoel dat ik hem ook nog met het eten opzadel, zeg ik:
'Weet je het zeker, zal ik niet iets proberen?'
'Nee, want dan raak je in paniek. Doe maar een keer als ik er niet bij ben.'

Dat schuldgevoel is meteen helemaal weg.
Win win.

04-07-2013

Hulpbehoevend

Elke dag zit er iemand achter zijn computertje het net af te struinen om dan toe te slaan op het moment dat hij denkt dat hij zaken kan doen.

Het spijtige is dat diegene niet zo goed kan lezen. In plaats van mij een fijne jonge minnaar aan te bieden, biedt hij hulp in de huishouding aan. Hij had namelijk het idee dat ik dat wel zou kunnen gebruiken.

Zou dat komen door het stof dat ik op mijn wijnflessen heb laten zitten?
Kom ik misschien huishoudhulpbehoevend over?

Ik hou het er toch maar op dat het een gecodeerd bericht is en dat ik razendsnel moet handelen voor hij een andere blogger met een prangende hulpvraag heeft gevonden.

03-07-2013

Als dat alles is...

Huisje grondig schoongemaakt. De rozenklompen teruggevonden.
Nog nooit meegemaakt: stof op mijn wijnflessen. Als beloning niet gestoft.

Nog maar vijf bestralingen te gaan.
AVL wil me verder niet hebben en stuurt me terug naar 't OLVG. Als dat geen humor is.
De sjaaltjes hopen zich gestaag op. De variatie-in-persoonlijkheid-pruiken moeten nog gekocht worden. Begin me te verheugen.

Tacky lampje gekocht. Waarvan iedereen zegt dat hij enorm lelijk is. Wat klopt.
Tas van mijn dromen gekregen.

De roman is uit. Korte verhalen zijn in.

Ontbreekt alleen nog de jonge minnaar. 

01-07-2013

Erger

In de wachtkamer zit een vrouw. Ze heeft een map (A4-formaat) op haar schoot liggen en leest hieruit voor. Hele schema's schalt ze door de ruimte om ons duidelijk te maken dat het verschrikkelijk is wat ze allemaal moet doorstaan. Dat wachten, he, dat wachten. Die apparaten zijn altijd kapot.
(Ik ben 14x geweest, nog nooit een kapot apparaat getroffen.)

Een man aan een infuus chemo gekluisterd, te zwak om zich te bewegen en ik hoop ook om te luisteren, zit met zijn ogen dicht stil in een hoekje. De andere wachter doet braaf mee en zegt af en toe 'Ach en wee' en 'Verschrikkelijk.'
De vrouw knapt hier niet van op. Het blijft allemaal onverdraaglijk. Zij is overigens niet de patiënt. Dat is haar man.

De koffiekar, bemand door een vrijwilliger, komt voorbij en krijgt er van langs. Die ochtend was de koffiemevrouw namelijk niet geweest. En zij had wel een (gratis) koffie gewild. Nu trouwens ook. Zwart. Helemaal.

Met de koffie in haar hand gaat ze door.
'Als het maar werkt...'
Ze neemt een slok.
'Dat hopen we tenminste.'
Ik zie haar denken dat zij anders al die keren helemaal voor niets hierheen is gekomen.

Haar man komt terug van de wc, hij schuifelt naar zijn stoel.
'Je hebt net de koffiekar gemist.'
De man is nauwelijks te verstaan, hij heeft geen stem. Dat komt omdat die vrouw nooit naar hem luistert en nu moet ze zich eindelijk, na tientallen jaren, eens inspannen voor hem.
'Ga er anders even achteraan,' zegt ze.
De man fluistert hees 'Nee, ik hoef geen koffie...'

Hij wordt naar binnen geroepen en zij gaat door. Over huishouden dat gedaan moet worden en nu niet kan en allemaal maar blijft liggen. Over de files. Over uren die ze in het ziekenhuis moet doorbrengen. Dat ze geen zin meer heeft om te lezen. Geen zin heeft om de stad in te gaan. Geen zin.

Haar man komt na een kwartier weer heel voorzichtig aanlopen, zij staat op en stampt boos weg. Zonder te groeten.