17-02-2011

Tegemoet komen

Ik bel met een actrice. Zij moet mij een nummer doorgeven, maar dat kan ze niet als ze met mij aan de telefoon zit. Het nummer zit in diezelfde telefoon.

'Ik ben niet zo goed met de moderne media.' 
'Dat is niet erg,' antwoord ik, 'al is de mobiele telefoon niet zo heel nieuw meer.'
Dan bedenk ik dat ik haar wel wat tegemoet wil komen. 'Ik ben zelf ook niet zo goed met dat ding.'
Ze hoeft niet na te denken.
'En dat werkt bij televisie!'

Vooral het woord 'dat' viel me in haar zinsconstructie op.

14-02-2011

Kees

Kees is dood. Dat klinkt heel eenvoudig, maar dat is het niet.
Kees was een oud-collega van ons. Om de zoveel maanden aten we met elkaar. De laatste paar keer was het de vraag of hij daar bij zou zijn. Hij liet het van het moment afhangen omdat hij niet kon inschatten hoe zijn stemming zou zijn. Klinkt ook weer te eenvoudig 'stemming'.
De laatste twee keer kwam hij niet. 'Het stormt gewoon te hard.'

Hij zocht het in urenlange meditatie. 'De pijn laten komen en dan ook echt voelen.' Het leek ook echt beter te gaan. Ik herinner me goed de avond (november 2009) waarop ik hem aankeek en zei: 'Je redt het wel. Ik ben ervan overtuigd.' Ik zag de blijdschap in zijn blik, dat iemand in iets van hem geloofde. Dat mailde hij me ook.
'Dat heb ik in deze tijd soms even heel hard nodig: dat ik niet de enige ben die overtuigd is van mijn weg. Dus ik wil je bedanken voor wie je bent en hoe je dat aan mij laat zien.'

Zijn lijden was ondragelijk. Zo heet dat. En alleen met deze woorden kun je niet tot je door laten dringen hoe ondragelijk ondragelijk is. Hoe zwart. Zoveel uren van de dag.

Het vreemde is dat toen ik gebeld werd vandaag, ik niet wist wat ik voelde. Het is heel dichtbij en tegelijkertijd zo ver weg. Kees was geen vriend, maar hij was ook geen kennis. Hij was iemand die in het schemergebied daartussen hing en me daarin kon raken.

Maar nu, na het lezen van onze mailwisseling, weet ik precies wat ik voel en dat is intens verdriet om een man die het niet heeft gered.
En ik denk dat ik hem vaker had kunnen laten weten dat hij er toe deed, dat ik blij was als hij er bij was, dat ik altijd genoot van zijn onvoorstelbaar gevoel voor humor, zijn zachtaardigheid.

Ik kan hem niet meer bedanken voor wie hij was en hoe hij dat aan mij liet zien. Maar ik doe het toch.

Valentijn

Grote woorden - Huub Oosterhuis

'Ik ben niet zo bang voor grote woorden. Als je ze maar voorzichtig uitspreekt, eerbiedig beluistert, mooi zingt. Liefde is een groot woord omdat liefde een groot gevoel is, een groot ideaal, een grote zegen. En een grote opdracht - soms voelt het als een te grote opdracht, en je huivert: kan ik dat, een leven lang houden van?

Zo van je houden dat je blijft en steeds meer jij wordt? Jij is altijd een ander dan ik, tegenover me, ogen kijken me aan. Ben ik te vertrouwen, ken je mij, wie ben ik dan, weet je mij beter dan ik?
Dat zijn liefdesvragen. Grote vragen die je niet van de daken schreeuwt, maar zachtjes zingt en elkaar verlegen stelt.'

Op Valentijnsdag bijvoorbeeld.
Maar beter nog op een andere - niet door de commercie ingegeven - liefdesdag.

Al staan de rozen helemaal prachtig en denk ik bij al dat intense rood niet aan de middenstand, maar alleen maar aan liefde.

13-02-2011

Radio

Het is al een heel lang zo, ik weet het. Maar toch mis ik de echte nieuwslezer die als er een nieuw onderwerp wordt aangesneden een andere toonhoogte gebruikt. Zangerig, maar ook een tikje schreeuwerig.
Alles duidelijk en overzichtelijk.

Het wordt niet meer gedaan. En ik vraag me nog elke keer af waarom. De onderwerpen lopen nu zo bizar in elkaar over. Het kan ook zijn dat ze een tingeltje tussen de items zetten. Wie heeft dat besloten?

En wat is er mis met even overleggen?

11-02-2011

Een rode stad

Vrouw vraagt aan haar man wat hij nou weer gaat doen.
'Effe dat klokkie ophangen, weet je nog.'
Man is geïrriteerd omdat zij hem niet serieus neemt.
O ja, denkt de vrouw, de zoveelste verdomde klok waar hij eindeloos op heeft staan zwoegen omdat hij de juiste kleur rood weer es niet kon mengen.

Man pakt fiets, klok onder zijn arm, gaffer tape in jaszak. Fiets even tegen de brug, ding aan de paal.


Tevreden zet hij een stap achteruit. Mensen lopen langs. Niemand die er iets van zegt. Dat stelt hem toch elke keer weer teleur.
En als hij thuiskomt zal zij niet aan hem vragen hoe hij hangt. Waarom hij die plek heeft gekozen. Hoe hij zich voelde, daar op de brug.

Hij gaat door, hoop is hetzelfde als geduld, en hij zal die hele godvergeten afgekeurde fabriekspartij (groen) gestaag verspreiden.
Hij weet dat ze op een dag iets aan hem zal vragen. Iets.

10-02-2011

Met

Ik was me net aan het afvragen of ik een grote zak patat zou kopen. Wat me nog weerhield was een poging om af te vallen en dat die twee zaken niet zo matchen. Plotseling zag ik de oplossing staan. 


09-02-2011

Fan fan fan

In de studio ontvingen wij een jonge acteur met een fysieke beperking. In zijn denken was hij totaal niet beperkt. In no time had hij iedereen rond zijn rolstoel gegroepeerd.

Toen hij onder handen genomen werd in de grime kreeg hij een sterk vermoeden dat er na de uitzending wel een aantal chickies fan van hem zou worden. De stemming was euforisch.

De P kwam binnen en deed onmiddellijk mee.  
'De doelgroep is 50+. Veel plezier!'
Bulderend van de lach liep hij weer weg. 

Ergens kreeg ik het idee dat er in een ver verleden meer mensen over onbeperkte gedachten beschikten.