26-03-2016

Elke keer weer

De rolstoelen stonden al klaar in de kerk. En ja hoor, het was weer zo ver. Elk jaar wordt er minstens één iemand beroerd tijden de Mattheus. Een jonge vrouw dit keer, terwijl ik net de theorie had opgebouwd dat het vanwege het hoge 70+ gehalte is dat het misgaat.
De vrouw werd afgevoerd. Nam niet weg dat de uitvoering onwaarschijnlijk prachtig was.  

25-03-2016

Goed geantwoord

Bij de Hema waren twee kassa's open. Ik stond voor de ene, een man stond tussen de twee kassa's in. Hij vroeg aan het meisje achter de kassa of er een kassa bij kon.
Ik zei dat ik het probleem niet zag. Dat hij al bijna aan de beurt was.
'Vindt u het goed dat ik dit op mijn manier afhandel?'
'Nee.'
'Vindt u het dan goed dat u zich alleen met uzelf bemoeit?'
'Nee.'
Het meisje achter de kassa lachte.
Toen had hij geen vragen meer. Intussen hielp het kassameisje iemand anders omdat de man verkeerd stond. De kop die hij trok had gefilmd moeten worden.
Ik zei niets. Vond het prachtig. Maar keek onschuldig. 

24-03-2016

In zekere zin onsterfelijk

Doordat ik vandaag totaal afgesneden van radio functioneerde, vernam ik pas om 19.00 dat Johan ons ontvallen was. Ik houd niet van voetbal, maar van Johan hield ik wel. Hij hoort erbij. Bij ons cultureel erfgoed.

Zijn taal. De impact van de eenvoud. 
Het komt niet vaak voor, maar ik had het ook heel erg met het overlijden van Annie M.G. Schmidt en Jeroen Willems. Die kunnen niet dood. Die mogen niet dood. En zeker niet voordat ik ze überhaupt heb ontmoet. 

23-03-2016

- - wordt +

Het was een mooie boekenclubavond. Verscheidene vrouwen hadden er tegenop gezien omdat ze niet goed wisten hoe ze mij op een milde manier konden zeggen hoe heftig ze mijn boek vonden. Deprimerend, beklemmend, verdrietig, eenzaam.

Maar die deprimerende, beklemmende, verdrietige en eenzame bundel was aanleiding voor een ontroerende, warme, persoonlijke avond vol ontboezemingen. 

22-03-2016

Buiten mijn reikwijdte

Ik ben schrijver. Ik kan me inleven. In alle soorten mensen. Slachtoffers. Daders.
Maar ik krijg het met geen mogelijkheid voor elkaar om in te voelen waarom er spijkers in de explosieven geplaatst moesten worden. 

Hij heeft - denk ik - geen idee

De maandag zette zich onverminderd voort. Ik besloot mijn laptop weer op te halen, via via kon iemand met verstand er naar kijken zodat ik hem niet twee weken kwijt zou zijn.
Er gloorde hoop.
Ik deed ik weet niet hoeveel schietgebedjes dat de laptop nog niet was opgestuurd.
Ik was op tijd.

Op de tuin vertelde de bouwer dat hij maar een halve dag kon, maar ook dat ik niet moest zeuren over het feit dat ze hadden gezegd dat alles woensdag zéker af zou zijn. Moest het nou goed of niet? Nou dan.
De incubatietijd van zijn opmerkingen was een kwartier. Toen ben ik er toch maar even op teruggekomen.
De discussie over of de verrotte platen buiten of binnen waren, zette zich onverminderd voort en tijdens een ronde om de afgetakelde boshut, prikte ik her en der door spaanplaat heen. Zonder kracht.
Toen was het een kwartier rustig.
Daarna bleek mijn aggregaat kapot - 'Als jij niet effe elk jaar dat ding laat lope, dan ken je erop wachte.' Vervolgens gingen de zonnepanelen op tilt omdat de bouwer probeerde 1800 volt te trekken, terwijl 800 het maximum was, bleef de man die om de hoek materialen moest halen voor het gemak helemaal weg en bereikte ik een waar-is-de-whiskystemming.

Toen was mijn karakter blijkbaar genoeg getest.
Icentre belde. Ik moest maar even langsfietsen dan kon hij laten zien hoe ik mijn backup-schijf aan de praat kon krijgen. Aan de balie vroeg hij niet waarom ik mijn laptop weer had opgehaald, maar waarom ik haast had. Ik vertelde hem over MacDowell. Hij ging nog wat proberen. Mijn harde schijf werd in een maagdelijk witte laptop gestopt. Het duurde eindeloos, maar hij startte op.
Hij vond het geen probleem dat ik met zwarte aardehanden het toetsenbord gebruikte om te zien of ik mijn documenten kon openen.
Het lukte.
Ik moest die laptop maar meenemen en begin april, als mijn hoofd wat leger was, de laptop weer terugbrengen - nee, hij wilde geen huur - en dan kon ik tegen die tijd wel bepalen wat ik met de gecrashte computer wilde doen.
Hij glimlachte toch nog bescheiden toen ik verklaarde dat hij - ondanks het feit dat het pas maart is - de man van het jaar was.

Wat kan een onbekende een andere onbekende toch intens gelukkig maken.